Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie

Persoonlijke stralingsdosimetrie wordt toegepast  om te meten aan hoeveel ioniserende straling een medewerker in een bepaalde periode is blootgesteld. Als op basis van een risicoanalyse blijkt dat een medewerker niet meer dan 1 mSv per jaar kan ontvangen, is de medewerker niet verplicht een persoonlijke dosimeter te dragen. Boven de 1 mSv wordt een medewerker in categorie B (tot 6 mSv per jaar) of in categorie A (tot maximaal 20 mSv per jaar) ingedeeld en is verplicht een persoonlijke dosimeter te dragen. Om de 4 weken (categorie B) of 2 weken (categorie A) wordt de dosimeter uitgelezen en de resultaten bekeken door de stralingsdeskundige. De wettelijke limiet voor de te ontvangen dosis per jaar voor een medewerker is 20 mSv. De jaarlijkse natuurlijke stralingsdosis per inwoner in Nederland is ongeveer 2,5 mSv.

Als een medewerker met radioactieve stoffen gaat werken of met een röntgentoestel, zal de stralingsdeskundige deze medewerker indelen in een categorie en indien nodig een dosimeter regelen. Binnen de Universiteit Leiden worden op dit moment geen werkzaamheden met ioniserende straling verricht waarbij een dosis van meer dan 1 mSv kan worden ontvangen. Deze medewerkers vallen in de zogenaamde 'C-categorie', voor wie het dragen van een dosismeter geen meerwaarde heeft. In de universitaire regeling Persoonlijke stralingsdosimetrie is beschreven hoe deze dosimetrie wordt toegepast. 

 
Laatst Gewijzigd: 26-06-2014